Endurix
    Log inStart for free
    Kennisbank · Data & Analyse

    CTL, ATL & TSB uitgelegd

    Chronic Training Load, Acute Training Load en Training Stress Balance.

    4 min readUpdated July 27, 2026

    General training information based on sports-science research and coaching practice. Not a substitute for individual advice from your coach or doctor.

    Written by: Endurix Editorial Team
    Reviewed by: coaches and sports scientists from the Endurix editorial team
    Last reviewed: July 27, 2026

    Het probleem dat het model oplost

    Je kunt trainingsbelasting per sessie uitdrukken in een score, maar daarmee weet je nog niet hoe die belasting zich opstapelt over weken en maanden, en of je daardoor fitter wordt of juist richting overbelasting glijdt. Het Performance Management Chart (PMC) is bedacht om precies dat gat te dichten: het vertaalt een reeks losse trainingsscores naar drie lijnen die samen een verhaal vertellen over fitheid, vermoeidheid en vorm.

    Het model bouwt voort op het impuls-responsmodel dat Eric Banister in 1976 publiceerde. Zijn idee: prestatie is het resultaat van twee tegengestelde processen die allebei worden aangewakkerd door dezelfde training. Een trage, langzaam opbouwende en langzaam afbouwende component (fitheid) en een snelle, sneller stijgende én sneller dalende component (vermoeidheid). Coggan werkte dit later uit tot de CTL/ATL/TSB-variant die nu in de meeste trainingsanalyses wordt gebruikt.

    De drie bouwstenen

    CTL (Chronic Training Load) is een exponentieel voortschrijdend gemiddelde van je dagelijkse trainingsbelasting, doorgaans berekend over een tijdconstante van ongeveer 42 dagen. Omdat het een lang tijdvenster gebruikt, verandert CTL traag: één zware of juist rustige dag verschuift het cijfer maar een fractie. Daarom wordt CTL vaak losjes "fitheid" genoemd — het weerspiegelt je opgebouwde trainingscapaciteit over de afgelopen maanden.

    ATL (Acute Training Load) is dezelfde berekening, maar dan over een veel korter tijdvenster van ongeveer 7 dagen. Daardoor reageert ATL snel: een zware trainingsweek stuwt het cijfer meteen omhoog, een rustweek laat het net zo snel weer zakken. ATL staat symbool voor je actuele vermoeidheid.

    TSB (Training Stress Balance) is het verschil tussen de twee: CTL minus ATL. Is ATL hoger dan CTL, dan is TSB negatief en ben je vermoeider dan je opgebouwde fitheid rechtvaardigt — logisch na een zware trainingsblok. Is ATL lager dan CTL, dan is TSB positief: je hebt meer hersteld dan je acute belasting deed vermoeden, wat meestal samengaat met een fris gevoel.

    De lijnen aflezen in de praktijk

    Het is verleidelijk om naar één getal te staren, maar de richting en snelheid van verandering vertellen meer dan het absolute niveau op een gegeven dag.

    • CTL geleidelijk stijgend — je bouwt duurzaam op. Een toename van 3 tot 7 punten per week wordt in de praktijk vaak als houdbaar gezien voor de meeste sporters; sneller opbouwen vergroot de kans op blessures, ziekte of chronische vermoeidheid.
    • CTL vlak — je onderhoudt je niveau. Dat is volkomen gepast tijdens een drukke werkperiode, een vakantie zonder trainingsfaciliteiten, of in de weken vlak voor een wedstrijd waarin je scherpte belangrijker is dan verdere opbouw.
    • CTL dalend — je bouwt aerobe basis af, tenzij dit een bewuste taper of noodzakelijke hersteldip is. Een geleidelijke daling van een paar punten na een piekperiode is normaal; een langdurige, ongeplande daling is een signaal om te herzien wat er in de weg zit.
    • TSB tussen -10 en -30 — een normale, productieve trainingsperiode. Je bent moe, maar dat hoort bij opbouwen.
    • TSB dieper dan -30 — verhoogd risico op overtraining, ziekte of blessure, zeker als dit langer dan een paar weken aanhoudt zonder herstelmomenten.
    • TSB tussen +5 en +20 — de zone die vaak samenvalt met wedstrijdvorm. Je bereikt die door ATL te laten dalen (minder volume, behoud van wat intensiteit) terwijl CTL grotendeels intact blijft.
    • TSB ver boven +25 — kan wijzen op te veel rust; je verliest scherpte als dit te lang duurt zonder wedstrijd in zicht.

    Hoe een taper er in cijfers uitziet

    Een goed uitgevoerde taper is in wezen een gecontroleerde manipulatie van deze drie lijnen. In de laatste één tot twee weken voor een wedstrijd verminder je het trainingsvolume terwijl je de intensiteit grotendeels behoudt. Omdat ATL sneller reageert dan CTL, zakt je acute vermoeidheid snel weg terwijl je opgebouwde fitheid nauwelijks daalt. Het resultaat: TSB stijgt richting het positieve gebied, precies op het moment dat het moet, zonder dat je de maanden trainingsopbouw tenietdoet. Te lang of te drastisch afbouwen laat CTL alsnog wegzakken en kan er juist voor zorgen dat je op de wedstrijddag minder scherp bent dan verwacht.

    De grenzen van het model

    CTL, ATL en TSB zijn volledig afgeleid van één inputgetal per dag: je trainingsbelasting, meestal uitgedrukt in TSS of een vergelijkbare score. Alles wat niet in die score zit, zit ook niet in de grafiek. Slaaptekort, een onderliggende verkoudheid, werkstress, een naderende examenperiode, hitte of hoogte: geen van deze factoren wordt meegenomen, terwijl ze wel degelijk bepalen hoe goed je een bepaalde belasting verdraagt.

    Dat betekent dat twee periodes met identieke CTL-opbouw fysiologisch heel verschillend kunnen uitpakken. Iemand die goed slaapt en weinig stress heeft, verwerkt dezelfde trainingsbelasting anders dan iemand die kampt met slaaptekort en een drukke baan. Gebruik de grafiek daarom als richting, niet als eindoordeel: hij vertelt je wat je hebt gedaan, niet hoe je lichaam daarop heeft gereageerd. Combineer de cijfers altijd met hoe je je voelt, je rusthartslag, je slaapkwaliteit en je motivatie.

    Zo gebruik je het model om terug te plannen

    De sterkste toepassing van het PMC is niet het dagelijks checken van je TSB, maar het terugplannen vanaf een wedstrijddoel. Bepaal op basis van eerdere seizoenen welk CTL-niveau realistisch en effectief was rond je beste prestaties. Werk vervolgens in blokken van drie tot vier weken opbouw naar dat niveau toe, met telkens een herstelweek waarin je ATL bewust laat zakken zodat je lichaam de eerdere belasting kan verwerken voordat je verder opbouwt.

    Plan de laatste 7 tot 14 dagen voor de wedstrijd als taper: volume omlaag, intensiteit grotendeels behouden. Zo daalt ATL sneller dan CTL en land je met een positieve TSB op de startlijn, zonder de fitheid te verliezen die je de voorgaande maanden hebt opgebouwd. Wie dit proces een paar seizoenen bijhoudt, leert steeds beter aanvoelen welke combinatie van cijfers voor hem of haar persoonlijk samenvalt met een goede wedstrijddag.

    Sources

    The evidence behind this article. Every source with a short explanation and a direct link, so you can check it yourself.

    1. 1.
      A Systems Model of the Effects of Training on Physical Performance

      Calvert T.W., Banister E.W. et al. · 1976 · IEEE Transactions on Systems, Man and Cybernetics

      Het oorspronkelijke fitness-vermoeidheidsmodel waar CTL, ATL en TSB op gebaseerd zijn.

    2. 2.
      Variable Dose-Response Relationship Between Exercise Training and Performance

      Busso T. · 2003 · Medicine & Science in Sports & Exercise

      Laat zien dat dezelfde belasting per persoon en per periode anders uitpakt - reden om trends te lezen, niet losse getallen.

    3. 3.
      Internal and External Training Load: 15 Years On

      Impellizzeri F.M., Marcora S.M., Coutts A.J. · 2019 · International Journal of Sports Physiology and Performance

      Verduidelijkt het verschil tussen wat je doet (extern) en wat het je kost (intern) - essentieel bij het interpreteren van deze scores.

    Frequently asked questions

    Further reading